Chinezen (2020)

Lieve A,

Je bent nu een dikke tien maanden oud en het wordt tijd je iets te vertellen over de pandemie waar we in zitten. Er is een nieuw virus uitgebroken en het heet Corona. Eigenlijk is het COVID-19 maar dat klinkt als een nieuw uitgebracht computerspel, dus hebben wijze mensen er maar Corona van gemaakt. Ja, juist. Genoemd naar dat bier, dat klinkt meer ontspannen voor de mensen. Het virus is ooit ontstaan op een vismarkt in China, wordt er gezegd. Daar gaan ze heel slecht met dieren om, zo slecht dat er virussen kunnen ontstaan die weer kunnen worden overgedragen van mens tot mens. Sowieso gaan we wereldwijd schandalig met dieren om. Je weet wel, dieren. Die lieve beesten die in al jouw boekjes staan, die in je kamer en bed liggen en waar je altijd zo vrolijk van wordt. 

Omdat de mens van nature moeite heeft om kritisch naar zichzelf te kijken, geven we vaak anderen de schuld van onze problemen. Dus laten we voor het gemak nu maar de Chinezen nemen, als zondebok. Het zijn de nieuwe Marokkanen. Echt waar. Moet je maar eens op letten vanmiddag, als we weer naar het park gaan. Die Chinezen lopen er altijd net iets te ontspannen bij. En ze hebben ook de meest geavanceerde mondkapjes. Zij wel. Verdacht. Ze stralen met die beperkte mimiek ook altijd veel rust uit. Chinezen zie je niet wanhopen. En valt het jou niet op hoeveel tijd ze nemen in de supermarkt? Alsof het virus geen vat op hun kan hebben. En weet je wat ze in China met honden doen zoals jouw lievelingshondje Henkie? Die villen ze daar levend en laten hem schreeuwen als een speenvarken en smeken om zijn moeder. Vervolgens worden ze levend opgegeten. Ja, dat zijn de Chinezen ten voeten uit. Kijk uit voor ze. Daarom mag je van je moeder en mij ook niet meer met Chinese kinderen spelen, als het kinderdagverblijf straks weer open gaat. “Ja maar, toch niet alle Chinezen zijn slecht toch?” Nee, natuurlijk niet schatje, er zitten altijd uitzonderingen bij. Ik ben trouwens geen racist. Echt niet. Het is alleen wèl weer typisch dat het eerste land wat uit de lockdown gaat toevallig China is. Of vind jij van niet soms? Ik bedoel maar.

Ondertussen zitten wij met de gebakken peren. Er is groot leed- ernstig zieken en doden, IC’s overbelast, failliete bedrijven- en er is klein leed, dichter bij huis. Ik acteer niet meer, ik geef nu ook geen trainingen, ik reis niet meer door het land om over gedrag te praten. Ik mag ook niet meer tennissen, kan niet meer de kroeg in en ik zie geen vrienden, familie en collega’s. Maar bovenal kan ik je niet meer naar mijn lieve, grappige en kranige moeder brengen. En dat laatste vind ik verdrietig, immers met haar 81 heeft ze het eeuwige leven niet meer. En de gedachte om haar voortaan in de tuin achter een bij de bouwmarkt aangeschaft stuk plexiglas te zien, verdring ik. 

De kunst is het te accepteren en op een andere manier zin aan het leven te geven, hoor ik de evangelist in jou zeggen. En hoop te houden. Of zoals Mark Rutte zegt: volhouden. Oh ja Mark Rutte. Dat is onze minister-president. Voorheen een soort kwispelende hond die naar iedereen lachte en zijn duim opstak, tegenwoordig een serieus staatsman naar wie we luisteren omdat we nu afhankelijk van hem zijn. Hij overlegt dagelijks met een vooraanstaand infectioloog, een wijze oude man met een grijze baard. Een soort kabouter zeg maar. En dan heb je nog meneer Gommers, die ons elke avond IC-beddenbezettingsgraad-les geeft. Een zachtaardig sprekende man met trouwe ogen die altijd zegt ‘dat we er nog niet zijn’. ‘Dat we er nog niet zijn’ horen we sowieso de hele dag door, van iedereen die er maar toe doet en of zelf zegt er toe te doen. Ja, dat weten we nu wel! Ik wil eens wat anders horen, iets hoopgevends of troostends. Woorden horen die ik ook altijd tegen jou zeg als je niet slapen kan en getroost wilt worden

Oh ja, thuisonderwijs. Jij weet al niet beter. Vanochtend hebben we in het eerste blok het thema concentratie behandeld. Jij hoogbegaafd kind, hoog sensitief, het leven opslurpend en voortdurend uitdagingenbehoeftig, vrolijk, sociaal, stoer, humoristisch, autonoom, adrem, eigenzinnig en op de juiste momenten altijd de juiste dingen brabbelend- stelde me diep teleur. De oefening blokjes stapelen lukte steeds maar 2 a 3 seconden, langer niet. Een spanningsboog van likmevestje. Voor straf zette ik je op de trap in de gang, waar je ook na een paar tellen huilend van af viel. Hierna werd het doorpakken geblazen oftewel naar bed. Sollen met je vader doe je maar één keer.

Op weg naar bed liepen we zoals altijd alle beesten en schilderijen af. Een foeilelijke Chinese pop van steen trok ineens je aandacht. Onbegrijpelijk waarom die daar überhaupt staat, dacht ik nog. Het zal wel een idee van je moeder geweest zijn. Maar wat vooral opviel was je blijheid toen je de pop zag, voorheen negeerde je haar altijd. Nu werd ze nu ineens enthousiast door jou opgetild. Je lachte even naar haar toen je haar vasthield. Bijna tegelijkertijd keek je omhoog naar mij met zo’n triomfantelijk smoelwerk. Je hebt nog een hoop te leren.