Ode aan Tilburg (2017)

Tilburg, jij prachtig betondorp dat je bent. Jij, doorsneden door het Wilhelminakanaal, met je wonderschone straten, foeilelijke gebouwen en ondoorgrondelijke parkeergarage’s. Tjonge jonge, je bent me er één Tilburg; grijs en grauw zeggen ze maar jij en ik weten wel beter.

‘Kruikenzeikers’ ja, dat weten we nu wel. Net als die kermis waar het hele jaar voor wordt gespaard en natuurlijk Willem II en het carnaval alwaar we ‘plekken met de meskes’. Lusten voor de toeristen, basisbegrippen voor de Tilburgers. Maar Tilburg , je bent echt veel meer. Wat te denken van de jaarlijkse meimarkt. In de nacht na het stappen snuffelen tussen de oude koffieblikken en asbakken op zoek naar die ene plaat Hitzone 80’s of Golden hits 70’s, die je koopt bij die fijngevoelige Tilburger, die je wel of niet verstaanbaar te woord staat: ‘Wellek? Unne gulduh’!

Ach, toen ik nog bij je in woonde, had ik het zo ongelofelijk naar mijn zin met jou en je inwoners. In gedachten zie ik de oude krakende en klagende mannen, energieke kakkers, onderscheidende kunstenaars en het vertier en tragiek van de korvelbuurt. De buurt met ook uitersten van frietkotten.

Op sommige druilerige zaterdagmiddagen, probeerde ik samen met een huisgenoot een piratenzender nieuw leven in te blazen. En een heuze friettent-contest kon dan natuurlijk niet ontbreken. Het werd een van onze vaste rubrieken, populair bij de 6 vaste luisteraars, tevens fans van het eerste uur. Jammer was wel dat altijd dezelfde patatzaak met de eerste prijs aan de haal ging, cafetaria ‘Het Huukske’. Nergens waren frieten zo smaakvol, de snacks zo fijn gebakken en de halve hanen zo goed binnen te houden als daar op de hoek aan de Diepenstraat.

Maar Tilburg, je bent zo vol meer. Hoe vaak heb ik niet kunnen genieten van je mooie Wilhelminapark, heerlijk languit met die paar stralen zon op mijn kop en de zwervers om me heen. En om de hoek Jan Wier, een begrip voor veel tilburgers en waar je bij gek gedrag altijd wel informeel naar werd verwezen. Soms was ik er zelf rijp voor maar ik heb de dans kunnen ontspringen. De dans die ik weer niet heb kunnen ontspringen in De Popcorn, één van de meeste sympathieke kroegen van de stad. Die ene oude aan zijn tepelpiercing frunnikende man en de vaak hysterisch aanwezige vrouwen zal ik niet vergeten, ook niet de immer puike sfeer. Nergens ook zoveel gratis kunnen drinken. Wat een babyface niet allemaal kan doen.

Tilburg, ik had het zo goed met je. Tilburg, een surplus aan verscheidenheid en extremen:broodje Ritz, Museum de Pont, Oranjeboom, het schone en rustige Goirle, Club Zino, de Schouwburgprommenade, Talk of the Town, De Uitstad, Ringbaan-west, de AH aan de korvel, Café de kroeg, 013, festival Mundial en niet te vergeten herberg het Wapen van Tilburg. Rustig slapen is er niet bij aan de Spoorlaan maar je krijgt er een berg sfeer voor terug waar je u tegen zegt.

Tilburg, je bent niet grauw en je bent niet grijs. Echt niet. Je bent een stad om je vingers bij af te likken en ik ben blij dat ik je heb leren kennen. Ik weet niet hoe het nu met je gaat en hoe je er uit ziet. En dat wil ik graag houden zo. Ik ben gekomen en gegaan en de herinnering aan jou moet zoet blijven smaken. Straks zeggen ze nog dat je een lelijk, grijs en grauw betondorp bent.