Doorgaan(2021)

Lieve A,

Je bent nu ruim anderhalf jaar, tijd om je weer te schrijven en je een update te geven over de pandemie. Nou, die is er nog steeds. In eerste instantie gaf ik de schuld van corona aan de Chinezen en vermoedde ik dat zij veel meer wisten. Daarna aan alle Brabanders. Daarna gaf ik de schuld aan alle wintersporters. Klopt allemaal niet. Het zit anders: het is de overheid, de bilderberggroep, Bill Gates en de familie Rothschild samen, aangestuurd door Hugo de Jonge en Pino. Ik weet het zeker. En de kopman van het grootste pedofielennetwerk van Nederland zit verstopt in het pak van Pino. Al die lockdowns, avondklokken, code rood, kijk wat er gebeurt en zie het verband! Maar okė, vertrouw jij de mainstreammedia maar weer.

Jij hebt ondertussen je eigen naam ruimschoots ontdekt. Het is een keer of 500 per dag ‘Aya!’ ‘Aya!’ gevolgd door een werkwoord/plaatsaanduiding en een eisende intonatie: ’Aya eten! Aya boven! Aya buiten! Afgelopen week heb je ook je naamgenoot ontmoet; een beertje die al sinds je geboorte op je kledingkast staat of zeg maar hangt. Je keek er nooit naar, wat begrijpelijk is want hij ziet er niet meer uit. Het stinkt nog naar andere vervlogen muffe tijden en lag lange tijd verscholen tussen de wat meer aansprekende dieren. Het beestje heb ik in 1977 gekregen van mijn grootouders op mijn eerste verjaardag. Het verhaal wil dat ik in die tijd nog niet kon praten, alleen maar op alles Aya’ zei. Dat beertje werd dus automatisch ‘Aya’. Dat beest was dag en nacht bij me, met een versleten lijf, plastic nep-oog en uitgedunde nekje als resultaat. Je bent dus genoemd naar een kapotte knuffelbeer, al kunnen Islamitische gemeenschappen je afkomst nog altijd claimen vanwege de Arabische betekenis van je naam: godsgeschenk. Dat het beestje er na al die jaren meer dan terminaal uit ziet, schijnt je trouwens niet te deren. Je pakt het met net zoveel vrolijkheid en liefde op als de andere beesten. Jij gaat sowieso door met wat je altijd doet. Spelen, ontdekken, vallen, opstaan, lachen, eten, in bad en naar bed. Zo ziet een dag er bij jou uit. Corona of geen corona.

Oh ja: het ontstaan van het virus, dat wilde je weten. Ja, weet ik veel. Wel is er onlangs door enkele slimme koppen onderzoek naar gedaan in China, nog zonder resultaat. Ook wachten we op het einde van de pandemie. De meeste grote mensen vinden dat moeilijk, het virus is vrij oncontroleerbaar, het maakt mensen soms ziek en soms dood en de opgelegde beperkingen maakt veel mensen onvrij. Wachten tot er genoeg mensen besmet zijn geweest en/of ingeënt, zeg jij. Oké, heb je een punt, maar ondertussen zijn er nog niet voldoende mensen besmet èn zijn we wat traag met prikken. Oftewel: we kunnen nog wel wat voor-oorlogse en perspectiefloze persconferenties verwachten, waar we weer gaan horen welk onheilspellende virusvariant of golf er nu weer op ons af gaan komen. Maar het komt goed. Er zijn ook zeker lichtpunten, laten we dat niet vergeten; er is voetbal in lege stadions. De Efteling is dicht. Gordon is bijna nooit meer op tv. Het heeft laatst gesneeuwd. En als ik nu naar buiten kijk schijnt de zon.

Ondertussen ben jij op jouw manier bezig met het zoeken naar vrijheid, loop je tegen grenzen van de vrijheid op -ouders die nee zeggen- en geef je zelf grenzen aan -jij die nee zegt. In je taalontwikkeling zit nog wel rek. De poes Fritsie, je slaaplammetje Henkie en een vogel zijn ‘Itsie’, ‘Hikkie’ en ‘Ogel’ en een aardbei is steevast ‘aardbie! En als ernst Kuypers van de beddenbezetting weer eens voorbij komt, wijs je hem aan en zeg je met grote ogen en liefdevolle en zachte stem ‘pap-pa”. Het is oké, zolang je je moeder en viroloog Marion Koopmans nog maar kan onderscheiden vind ik alles best. Soms val je (valluh’) en soms heb je pijn (‘pijn!), ben je kwetsbaar en wil je een knuffel maar je gaat altijd door. En dat is misschien wel wat ons te doen staat: doorgaan, leven met onzekerheid, helaas soms ellende tegen komend, leren lijden en in veel gevallen over een poos weer het vrije leven. En voor sommigen betekent dat ogenschijnlijk versleten en op het tandvlees, maar nog altijd bemind. Net als beertje Aya.