Verhuizen (2022)

 

De ouders van een vriendin gaan verhuizen en hebben hulp nodig. ‘Ga mee. Geloof me, dít vind jij leuk’. Ik weet hoe anders het voor haar is.

Haar ouders zijn kunstenaars die al decennialang in de binnenstad van Nijmegen leven. Wonen, werk en opslag zijn verdeeld over twee panden in dezelfde steeg. Begin jaren 90 heb ik ze gezien volgens de vriendin. Op een feest, ik weet het niet meer zo goed.

We ontmoeten ze in de grote theaterzaal in hun ‘werkhuis’. De zaal ligt volledig bedekt met meubels, servies, paspoppen, vintagekleren, schilderspullen, kapotte fietsen, karton en boeken. We worden direct meegezogen in onsamenhangende verhalen, onderbroken door over en weer geschreeuw naar elkaar. “Ik weet niet beter. Zo gaat dit”, zegt de vriendin.

Herman slaat vaak een arm om me heen, ratelt over zijn broer (‘de tyfuslijer’), NEC (‘is geen voetbal man’) en het verval van cultuur in de stad: ’koop mijn schilderijen dan gemeente en hang ze ergens op!’

De mono- en dialogen denderen voort. ’Laten we wat gaan doen’ opper ik na een dik uur. We vullen dozen. Janine stuit op kapotte nep-bloemen. “Oh leuk, even een vaas zoeken!” Herman duwt me de zoveelste krentenbol in m’n handen. Ik voel zijn verlangen naar verbinding, zijn zendingsdrift verpest dit voor ons allebei.

De vriendin kijkt soms gelaten, soms hoofdschuddend naar de mensen die elke keer de aandacht opeisen. Haar levenlang al. Ik wil empathisch zijn met haar, maar m’n observatielust zorgt voor afstand. Afstand die er ook al is door het podium, die ze telkens beklimmen. Ze kijken wel naar haar, maar echt zien lijkt onmogelijk vanuit die positie.

Meestal valt Janine Herman aan (‘wat loop je nou te nuilen Herman!’), de burenkwestie verloopt wel eensgezind : “altijd goed contact geweest, lopen ons nu te bedreigen hè Herman? Zieke mensen! Net als die kerel van Café het Haantje, knettergek! En de VVD is ook kut! Jongens, nog koffie”?

Eind van de dag staan een handje vol dozen ingepakt en de meeste vuilnis hebben we naar de stort gebracht. Thuis vind ik in m’n jas een handgeschreven briefje en 50 euro. ‘Ontzettend bedankt voor je hulp en gezelligheid. Heel leuk dat je er weer was. Herman en Janine’.