Verhuizen (2022)

 

De ouders van een vriendin gaan verhuizen en hebben hulp nodig. ‘Ga mee. Geloof me, dít vind jij leuk’. Ik weet hoe anders het voor haar is.

Haar ouders zijn kunstenaars die al decennialang in de binnenstad van Nijmegen leven. Wonen, werk en opslag zijn verdeeld over twee panden in dezelfde steeg. Begin jaren 90 heb ik ze gezien volgens de vriendin. Op een feest, ik weet het niet meer zo goed.

We ontmoeten ze in de grote theaterzaal in hun ‘werkhuis’. De zaal ligt volledig bedekt met meubels, servies, paspoppen, vintagekleren, schilderspullen, kapotte fietsen, karton en boeken. We worden direct meegezogen in onsamenhangende verhalen, onderbroken door over en weer geschreeuw naar elkaar. “Ik weet niet beter. Zo gaat dit”, zegt de vriendin.

Herman slaat vaak een arm om me heen, ratelt over zijn broer (‘de tyfuslijer’), NEC (‘is geen voetbal man’) en het verval van cultuur in de stad: ’koop mijn schilderijen dan gemeente en hang ze ergens op!’

De mono- en dialogen denderen voort. ’Laten we wat gaan doen’ opper ik na een dik uur. We vullen dozen. Janine stuit op kapotte nep-bloemen. “Oh leuk, even een vaas zoeken!” Herman duwt me de zoveelste krentenbol in m’n handen. Ik voel zijn verlangen naar verbinding, zijn zendingsdrift verpest dit voor ons allebei.

De vriendin kijkt soms gelaten, soms hoofdschuddend naar de mensen die elke keer de aandacht opeisen. Haar levenlang al. Ik wil empathisch zijn met haar, maar m’n observatielust zorgt voor afstand. Afstand die er ook al is door het podium, die ze telkens beklimmen. Ze kijken wel naar haar, maar echt zien lijkt onmogelijk vanuit die positie.

Meestal valt Janine Herman aan (‘wat loop je nou te nuilen Herman!’), de burenkwestie verloopt wel eensgezind : “altijd goed contact geweest, lopen ons nu te bedreigen hè Herman? Zieke mensen! Net als die kerel van Café het Haantje, knettergek! En de VVD is ook kut! Jongens, nog koffie”?

Eind van de dag staan een handje vol dozen ingepakt en de meeste vuilnis hebben we naar de stort gebracht. Thuis vind ik in m’n jas een handgeschreven briefje en 50 euro. ‘Ontzettend bedankt voor je hulp en gezelligheid. Heel leuk dat je er weer was. Herman en Janine’.

Getagged , , , , ,

Doorgaan(2021)

Lieve A,

Je bent nu ruim anderhalf jaar, tijd om je weer te schrijven en je een update te geven over de pandemie. Nou, die is er nog steeds. In eerste instantie gaf ik de schuld van corona aan de Chinezen en vermoedde ik dat zij veel meer wisten. Daarna aan alle Brabanders. Daarna gaf ik de schuld aan alle wintersporters. Klopt allemaal niet. Het zit anders: het is de overheid, de bilderberggroep, Bill Gates en de familie Rothschild samen, aangestuurd door Hugo de Jonge en Pino. Ik weet het zeker. En de kopman van het grootste pedofielennetwerk van Nederland zit verstopt in het pak van Pino. Al die lockdowns, avondklokken, code rood, kijk wat er gebeurt en zie het verband! Maar okė, vertrouw jij de mainstreammedia maar weer.

Jij hebt ondertussen je eigen naam ruimschoots ontdekt. Het is een keer of 500 per dag ‘Aya!’ ‘Aya!’ gevolgd door een werkwoord/plaatsaanduiding en een eisende intonatie: ’Aya eten! Aya boven! Aya buiten! Afgelopen week heb je ook je naamgenoot ontmoet; een beertje die al sinds je geboorte op je kledingkast staat of zeg maar hangt. Je keek er nooit naar, wat begrijpelijk is want hij ziet er niet meer uit. Het stinkt nog naar andere vervlogen muffe tijden en lag lange tijd verscholen tussen de wat meer aansprekende dieren. Het beestje heb ik in 1977 gekregen van mijn grootouders op mijn eerste verjaardag. Het verhaal wil dat ik in die tijd nog niet kon praten, alleen maar op alles Aya’ zei. Dat beertje werd dus automatisch ‘Aya’. Dat beest was dag en nacht bij me, met een versleten lijf, plastic nep-oog en uitgedunde nekje als resultaat. Je bent dus genoemd naar een kapotte knuffelbeer, al kunnen Islamitische gemeenschappen je afkomst nog altijd claimen vanwege de Arabische betekenis van je naam: godsgeschenk. Dat het beestje er na al die jaren meer dan terminaal uit ziet, schijnt je trouwens niet te deren. Je pakt het met net zoveel vrolijkheid en liefde op als de andere beesten. Jij gaat sowieso door met wat je altijd doet. Spelen, ontdekken, vallen, opstaan, lachen, eten, in bad en naar bed. Zo ziet een dag er bij jou uit. Corona of geen corona.

Oh ja: het ontstaan van het virus, dat wilde je weten. Ja, weet ik veel. Wel is er onlangs door enkele slimme koppen onderzoek naar gedaan in China, nog zonder resultaat. Ook wachten we op het einde van de pandemie. De meeste grote mensen vinden dat moeilijk, het virus is vrij oncontroleerbaar, het maakt mensen soms ziek en soms dood en de opgelegde beperkingen maakt veel mensen onvrij. Wachten tot er genoeg mensen besmet zijn geweest en/of ingeënt, zeg jij. Oké, heb je een punt, maar ondertussen zijn er nog niet voldoende mensen besmet èn zijn we wat traag met prikken. Oftewel: we kunnen nog wel wat voor-oorlogse en perspectiefloze persconferenties verwachten, waar we weer gaan horen welk onheilspellende virusvariant of golf er nu weer op ons af gaan komen. Maar het komt goed. Er zijn ook zeker lichtpunten, laten we dat niet vergeten; er is voetbal in lege stadions. De Efteling is dicht. Gordon is bijna nooit meer op tv. Het heeft laatst gesneeuwd. En als ik nu naar buiten kijk schijnt de zon.

Ondertussen ben jij op jouw manier bezig met het zoeken naar vrijheid, loop je tegen grenzen van de vrijheid op -ouders die nee zeggen- en geef je zelf grenzen aan -jij die nee zegt. In je taalontwikkeling zit nog wel rek. De poes Fritsie, je slaaplammetje Henkie en een vogel zijn ‘Itsie’, ‘Hikkie’ en ‘Ogel’ en een aardbei is steevast ‘aardbie! En als ernst Kuypers van de beddenbezetting weer eens voorbij komt, wijs je hem aan en zeg je met grote ogen en liefdevolle en zachte stem ‘pap-pa”. Het is oké, zolang je je moeder en viroloog Marion Koopmans nog maar kan onderscheiden vind ik alles best. Soms val je (valluh’) en soms heb je pijn (‘pijn!), ben je kwetsbaar en wil je een knuffel maar je gaat altijd door. En dat is misschien wel wat ons te doen staat: doorgaan, leven met onzekerheid, helaas soms ellende tegen komend, leren lijden en in veel gevallen over een poos weer het vrije leven. En voor sommigen betekent dat ogenschijnlijk versleten en op het tandvlees, maar nog altijd bemind. Net als beertje Aya.

Getagged , , , , ,

Chinezen (2020)

Lieve A,

Je bent nu een dikke tien maanden oud en het wordt tijd je iets te vertellen over de pandemie waar we in zitten. Er is een nieuw virus uitgebroken en het heet Corona. Eigenlijk is het COVID-19 maar dat klinkt als een nieuw uitgebracht computerspel, dus hebben wijze mensen er maar Corona van gemaakt. Ja, juist. Genoemd naar dat bier, dat klinkt meer ontspannen voor de mensen. Het virus is ooit ontstaan op een vismarkt in China, wordt er gezegd. Daar gaan ze heel slecht met dieren om, zo slecht dat er virussen kunnen ontstaan die weer kunnen worden overgedragen van mens tot mens. Sowieso gaan we wereldwijd schandalig met dieren om. Je weet wel, dieren. Die lieve beesten die in al jouw boekjes staan, die in je kamer en bed liggen en waar je altijd zo vrolijk van wordt. 

Omdat de mens van nature moeite heeft om kritisch naar zichzelf te kijken, geven we vaak anderen de schuld van onze problemen. Dus laten we voor het gemak nu maar de Chinezen nemen, als zondebok. Het zijn de nieuwe Marokkanen. Echt waar. Moet je maar eens op letten vanmiddag, als we weer naar het park gaan. Die Chinezen lopen er altijd net iets te ontspannen bij. En ze hebben ook de meest geavanceerde mondkapjes. Zij wel. Verdacht. Ze stralen met die beperkte mimiek ook altijd veel rust uit. Chinezen zie je niet wanhopen. En valt het jou niet op hoeveel tijd ze nemen in de supermarkt? Alsof het virus geen vat op hun kan hebben. En weet je wat ze in China met honden doen zoals jouw lievelingshondje Henkie? Die villen ze daar levend en laten hem schreeuwen als een speenvarken en smeken om zijn moeder. Vervolgens worden ze levend opgegeten. Ja, dat zijn de Chinezen ten voeten uit. Kijk uit voor ze. Daarom mag je van je moeder en mij ook niet meer met Chinese kinderen spelen, als het kinderdagverblijf straks weer open gaat. “Ja maar, toch niet alle Chinezen zijn slecht toch?” Nee, natuurlijk niet schatje, er zitten altijd uitzonderingen bij. Ik ben trouwens geen racist. Echt niet. Het is alleen wèl weer typisch dat het eerste land wat uit de lockdown gaat toevallig China is. Of vind jij van niet soms? Ik bedoel maar.

Ondertussen zitten wij met de gebakken peren. Er is groot leed- ernstig zieken en doden, IC’s overbelast, failliete bedrijven- en er is klein leed, dichter bij huis. Ik acteer niet meer, ik geef nu ook geen trainingen, ik reis niet meer door het land om over gedrag te praten. Ik mag ook niet meer tennissen, kan niet meer de kroeg in en ik zie geen vrienden, familie en collega’s. Maar bovenal kan ik je niet meer naar mijn lieve, grappige en kranige moeder brengen. En dat laatste vind ik verdrietig, immers met haar 81 heeft ze het eeuwige leven niet meer. En de gedachte om haar voortaan in de tuin achter een bij de bouwmarkt aangeschaft stuk plexiglas te zien, verdring ik. 

De kunst is het te accepteren en op een andere manier zin aan het leven te geven, hoor ik de evangelist in jou zeggen. En hoop te houden. Of zoals Mark Rutte zegt: volhouden. Oh ja Mark Rutte. Dat is onze minister-president. Voorheen een soort kwispelende hond die naar iedereen lachte en zijn duim opstak, tegenwoordig een serieus staatsman naar wie we luisteren omdat we nu afhankelijk van hem zijn. Hij overlegt dagelijks met een vooraanstaand infectioloog, een wijze oude man met een grijze baard. Een soort kabouter zeg maar. En dan heb je nog meneer Gommers, die ons elke avond IC-beddenbezettingsgraad-les geeft. Een zachtaardig sprekende man met trouwe ogen die altijd zegt ‘dat we er nog niet zijn’. ‘Dat we er nog niet zijn’ horen we sowieso de hele dag door, van iedereen die er maar toe doet en of zelf zegt er toe te doen. Ja, dat weten we nu wel! Ik wil eens wat anders horen, iets hoopgevends of troostends. Woorden horen die ik ook altijd tegen jou zeg als je niet slapen kan en getroost wilt worden

Oh ja, thuisonderwijs. Jij weet al niet beter. Vanochtend hebben we in het eerste blok het thema concentratie behandeld. Jij hoogbegaafd kind, hoog sensitief, het leven opslurpend en voortdurend uitdagingenbehoeftig, vrolijk, sociaal, stoer, humoristisch, autonoom, adrem, eigenzinnig en op de juiste momenten altijd de juiste dingen brabbelend- stelde me diep teleur. De oefening blokjes stapelen lukte steeds maar 2 a 3 seconden, langer niet. Een spanningsboog van likmevestje. Voor straf zette ik je op de trap in de gang, waar je ook na een paar tellen huilend van af viel. Hierna werd het doorpakken geblazen oftewel naar bed. Sollen met je vader doe je maar één keer.

Op weg naar bed liepen we zoals altijd alle beesten en schilderijen af. Een foeilelijke Chinese pop van steen trok ineens je aandacht. Onbegrijpelijk waarom die daar überhaupt staat, dacht ik nog. Het zal wel een idee van je moeder geweest zijn. Maar wat vooral opviel was je blijheid toen je de pop zag, voorheen negeerde je haar altijd. Nu werd ze nu ineens enthousiast door jou opgetild. Je lachte even naar haar toen je haar vasthield. Bijna tegelijkertijd keek je omhoog naar mij met zo’n triomfantelijk smoelwerk. Je hebt nog een hoop te leren.

 

Mijmeringen bij daglicht & gedroogd gras (2018)

De zon draait
De wolken hangen
De mensen zijn moegestreden
De dieren zijn tam

Er wordt gedroomd
Er is verlangen
Televisie, radio, bliksem en balpennen
Een lach van een fee
Een frons van een heks

De labrador staat op wacht
De nozem is bekaf
De inhoud is hard
De relatie is zacht

Te lang geaarzeld
Te vaak omstreden
De afslag gemist
Het konijn is dood
De mist overreden

Getagged , , ,

Ode aan Tilburg (2017)

Tilburg, jij prachtig betondorp dat je bent. Jij, doorsneden door het Wilhelminakanaal, met je wonderschone straten, foeilelijke gebouwen en ondoorgrondelijke parkeergarage’s. Tjonge jonge, je bent me er één Tilburg; grijs en grauw zeggen ze maar jij en ik weten wel beter.

‘Kruikenzeikers’ ja, dat weten we nu wel. Net als die kermis waar het hele jaar voor wordt gespaard en natuurlijk Willem II en het carnaval alwaar we ‘plekken met de meskes’. Lusten voor de toeristen, basisbegrippen voor de Tilburgers. Maar Tilburg , je bent echt veel meer. Wat te denken van de jaarlijkse meimarkt. In de nacht na het stappen snuffelen tussen de oude koffieblikken en asbakken op zoek naar die ene plaat Hitzone 80’s of Golden hits 70’s, die je koopt bij die fijngevoelige Tilburger, die je wel of niet verstaanbaar te woord staat: ‘Wellek? Unne gulduh’!

Ach, toen ik nog bij je in woonde, had ik het zo ongelofelijk naar mijn zin met jou en je inwoners. In gedachten zie ik de oude krakende en klagende mannen, energieke kakkers, onderscheidende kunstenaars en het vertier en tragiek van de korvelbuurt. De buurt met ook uitersten van frietkotten.

Op sommige druilerige zaterdagmiddagen, probeerde ik samen met een huisgenoot een piratenzender nieuw leven in te blazen. En een heuze friettent-contest kon dan natuurlijk niet ontbreken. Het werd een van onze vaste rubrieken, populair bij de 6 vaste luisteraars, tevens fans van het eerste uur. Jammer was wel dat altijd dezelfde patatzaak met de eerste prijs aan de haal ging, cafetaria ‘Het Huukske’. Nergens waren frieten zo smaakvol, de snacks zo fijn gebakken en de halve hanen zo goed binnen te houden als daar op de hoek aan de Diepenstraat.

Maar Tilburg, je bent zo vol meer. Hoe vaak heb ik niet kunnen genieten van je mooie Wilhelminapark, heerlijk languit met die paar stralen zon op mijn kop en de zwervers om me heen. En om de hoek Jan Wier, een begrip voor veel tilburgers en waar je bij gek gedrag altijd wel informeel naar werd verwezen. Soms was ik er zelf rijp voor maar ik heb de dans kunnen ontspringen. De dans die ik weer niet heb kunnen ontspringen in De Popcorn, één van de meeste sympathieke kroegen van de stad. Die ene oude aan zijn tepelpiercing frunnikende man en de vaak hysterisch aanwezige vrouwen zal ik niet vergeten, ook niet de immer puike sfeer. Nergens ook zoveel gratis kunnen drinken. Wat een babyface niet allemaal kan doen.

Tilburg, ik had het zo goed met je. Tilburg, een surplus aan verscheidenheid en extremen:broodje Ritz, Museum de Pont, Oranjeboom, het schone en rustige Goirle, Club Zino, de Schouwburgprommenade, Talk of the Town, De Uitstad, Ringbaan-west, de AH aan de korvel, Café de kroeg, 013, festival Mundial en niet te vergeten herberg het Wapen van Tilburg. Rustig slapen is er niet bij aan de Spoorlaan maar je krijgt er een berg sfeer voor terug waar je u tegen zegt.

Tilburg, je bent niet grauw en je bent niet grijs. Echt niet. Je bent een stad om je vingers bij af te likken en ik ben blij dat ik je heb leren kennen. Ik weet niet hoe het nu met je gaat en hoe je er uit ziet. En dat wil ik graag houden zo. Ik ben gekomen en gegaan en de herinnering aan jou moet zoet blijven smaken. Straks zeggen ze nog dat je een lelijk, grijs en grauw betondorp bent.

 

Getagged , , ,

Vocht (2016)

Stel je voor: je bent een vrouw, single of niet singel. Je bent mooi, slim, geestig, creatief, onafhankelijk, levenslustig, sterk en je verstaat de kunst van het verleiden. Je weet ook wel hoe je in elkaar zit, hoewel je ook nog steeds spontaan emotioneel kan worden zonder dat je dit uit kan leggen (“Nou gewoon, het voelt gewoon zo. Laat me even lekker janken”). Kortom: je bent een vrouw van de wereld. Toch ben je soms ook nog kwetsbaar, onzeker of worstel je met liefdespijn. ‘Wat helpt dan? Hoe moet ik dan verder? En wat zijn de do’s en don’ts?’ Ik hoor het je allemaal vragen. Hoogste tijd om wat orde in de chaos te scheppen. Het leven is immers al complex genoeg.

Heb je perikelen op het amoureuze vlak dan zijn er de troostmiddelen zoals veel voedsel, liters wijn, een kutfilm, een joggingbroek die zo lekker zit en trek je dierensloffen aan. Uiteraard ga je praten met vriendinnen omdat ‘kwetsbaar mogen zijn’ belangrijk is. Is je relatie voorbij en voel je je verstoten? Gedraag je dan als de wederopstanding clichévrouw. Je weet wel. Die vrouwen die na enkele weken van intense verwaarlozing -het zogenaamde post- relatiebreuk tijdperk, opeens een nieuw kapsel aanmeten, rechter op dribbelen dan ooit en een zelfverzekerdheid acteren die grenst aan hoogmoed. Van die vrouwen die het uitschreeuwen van de autonomie en onafhankelijkheid. Vrouwen die uit zelfbescherming niets meer willen voelen en mannen opeens krampachtig pogen te onderdrukken. Mannen waar ze dan na wat alcohol wel mee naar bed willen. Zelfbewust, autonoom en zakelijke sex, zeg maar. Geen emotie. “Ja, ik had er gewoon zin in. Zo tegenstrijdig, begrijp je? Echt niet in eerste instantie m’n type ofzo maar ik had wel weer eens recht op sex, vond ik”. Is dit gedrag iets voor je? Het kan je tijdelijk afleiding geven. Het zelfvertrouwen op lange termijn wordt er weliswaar niet beter op, maar dat merk je aanvankelijk toch niet. De man met bindingsangst leent zich hier in deze fase trouwens uitstekend voor. Al met al een win-winsituatie dus.

Je kan je natuurlijk ook naturel proberen op te stellen, het obsessief paraderen overlaten aan anderen en op zoek gaan naar de echte mannen: de bakfietsmannen die fluitend en zingend de weekendboodschappen inslaan, recepten of HBO-films met buurmannen uitwisselen en ‘doeidoei’ roepen als ze iemand gedag zeggen. Dat soort mannen. Mannen zoals mannen zouden moeten zijn, hoewel, de ideale man is natuurlijk wel een ander verhaal. Dan hebben we het over de charismatische, zelfverzekerde, ondernemende, creatieve en grappige kerel met stiekem toch veel poen want “dat is toch ergens wel fijn”. Zo’n man die sterk en zorgzaam is en zijn vrouw ook nog eens kan beminnen. Vrouwen doen er vaak een moord voor, want waar vind je die mannen nog. Uitgestorven zijn ze allerminst, maar de datende vrouw anno nu heeft nu eenmaal te vaak de ervaring met één specifieke groep mannen waardoor ze de hoop op de gewenste man verliest.

Voor het gemak noemen we deze specifieke groep de overschotmannen, in de volksmond ook wel de restjesmannen genoemd en te onderscheiden in 2 subgroepen. Overschotmannen groep 1 zijn de verantwoorde, degelijke, kuisgeknipte mannen. Die mannen met een alligator rechtsboven op hun blouse. Mannen met een keurige baan die hun huis op orde hebben, hun kat tijdig ‘helpen’, een dakkapel bouwen, gezegend zijn met eenzijdige blik op de wereld en je kunnen bedwelmen met een monoloog over de gisting van bier of druivenmost. Overschotmannen groep 2 zijn de kunstenaars, de muzikanten die behept zijn met veel creativiteit en levensdrift maar tegelijkertijd ook manische trekken vertonen. Ze twijfelen vaak, schermen met bindingsangst en kunnen geen verantwoordelijkheid nemen wanneer ze met een vrouw in zee gaan of op problemen stuiten. Bovenal zijn ze gigantisch onzeker, iets wat ze lang verborgen kunnen houden door hun sterke avontuurlijke indruk die ze weten te wekken.

Onzekerheid en kwetsbaarheid zie je dus ook bij ons mannen, met name in het contact met jullie. Veel vrouwen vergeten dit vaak, dus hoogste tijd voor wat uitleg en inzicht.  Want wat zijn wij mannen onzeker, vooral in de kroeg en op jacht. Op het toilet perfectioneren we ons haar zo per ongeluk nonchalant mogelijk, vervolgens komen we er zo koel mogelijk weer uit en praten we honderduit over maakt niet uit wat. En ja, we zijn soms heel erg bang dat jullie ons niet leuk vinden, dus maken we grap op grap en ondertussen vragen we ons af of het effectief is (doel: aandacht, sex). Onhandig en onzeker zijn we ook als we met onze tweede leg fietsvrienden in onze strakke pakken op zondagmiddag neerstrijken op het ledig erf of ander terras. Dan drinken we gek bier uit andere oorden en pakken het subtiel aan bij de vrouwtjes(“ Zo, jij mag er wezen!! hahaha”).

En tonen we ons soms kwetsbaar dan is de timing niet altijd goed. Afhankelijk van stemming en persoonlijkheid zijn we dan zelfs in staat om op onze eerste date flarden van onze ellende op tafel te kwakken. We vertrouwen jullie dan bijvoorbeeld passages uit onze jeugd toe, onze verloren liefdes en onze niet behaalde dromen, en echt waar: in sommige gevallen ook nog onze kinderwens. Onze problemen liggen trouwens altijd aan onze omgeving en nooit aan ons zelf. Dat zegt ons ego ons namelijk. Dus als we soms janken, troost ons niet. Het kan wel heel ‘lief, schattig, oprecht en kwetsbaar’ overkomen maar trap er niet in. We zijn dan gewoon slachtoffer van iets of iemand of, in een enkel geval, van onze diagnose. Eigenlijk hebben we zelf geen verantwoordelijkheid genomen. En de tranen die volgen zijn misleidend water. Gewoon vocht. Vocht in nood om de zuster in jullie aan te spreken.

Ons wankele ego vertelt ons ook niet altijd wat goed en niet goed voor ons is. Zo zijn we op het hoogtepunt van onze kwetsbaarheid in staat om te dansen met grillige en labiele  vrouwen en pretenderen we lange tijd met haar turbulentie om te kunnen gaan. Het duurt dan ook even voordat we erachter komen dat het toch verdomd lastig is om er van los te komen. We vinden het dan vaak logisch te wijzen naar de ander ipv onszelf te behoeden voor de verkeerde keuzes. Onze onzekerheid neemt wel vaak af bij lange stabiele relaties, zeker bij de gelukkige verbintenissen. Voor sommige van ons is echter een terugval in kwetsbaarheid onvermijdelijk, met name als er behoefte is aan de midlifemotor, geforceerde hippe kleding, een schijtlollig bedrijfsfeest en misplaatste verleidingsbabbels in de kroeg (wanneer het eindelijk weer mag van de chipsvretende ‘ik train het er morgen wel weer af op body combat’- kenau thuis)

Maar de kwetsbare man haalt het uiteindelijk niet bij de kwetsbare vrouw, qua draaglast. Alleen al de  menstruatiecyclus, een zwangerschap (dag aantrekkelijk lichaam) en natuurlijk De Overgang maakt een gemoedstoestand in de regel niet degelijker, laat staan betrouwbaarder. Wat wel geruststellend is: vele vormen van kwetsbaarheid van jullie zijn inmiddels wel voldoende geaccepteerd. Zo is het als meisje van begin twintig en op zoek naar identiteit echt niet erg om jezelf te zoeken in Zuid-Amerika of in het geval van de creatievellingen: Marokko of Berlijn. En ben je eenmaal een 30+ vrouw dan is het oké als je je vriend voorstelt om een bed-en breakfast in Ierland te beginnen. Ben je echter single en neem je een vent mee naar huis, zorg dan wel dat je foto-collages met je vriendinnen en je symmetrisch opgestelde kaarsenhouders het huis uit zijn, evenals je volledige ‘Friends’ dvd-collectie. Een platenspeler en wat zelfgeknutselde karton of boetseerwerken doen het in de regel beter. Heb je eenmaal een relatie dan begrijpen we je niet altijd, maar we gedogen het wel. Neig je dus soms naar teksten als “ja nee, ik weet niet wat het is. Ik voel me vandaag een beetje, tja… Ik kan het niet uitleggen.. Gewoon naar. Een beetje bluuuh.., snap je?”; dat geeft niet. Maar als je ruzie met ons hebt net op het moment dat we naar het voetbal of een concert willen gaan, zeg dan alleen niet “het is al goed” terwijl je aan het huilen bent. Want dan is het weer vocht: een waterig middel wat een appèl op ons doet om toch thuis te blijven. Lees verder ook niet te veel vrouwenbladen. Ze zijn uit op perfectie terwijl perfectie verre van gezellig is. Pracht en falen mogen echt wel samen vallen. Niets is verleidelijker dan een prinses die zo nu en dan over woorden struikelt en tegen het ritme in danst.

Getagged , , , , , ,